Zeg eens eerlijk? Laat jij je leiderschapsstijl afhangen van de situatie of doe je maar wat?

leidinggeven

Zeg eens eerlijk? Laat jij je leiderschapsstijl afhangen van de situatie of doe je maar wat?

 

Volgens Hersey & Blanchard maken effectieve leidinggevenden gebruik van situationeel leiderschap. Dat houdt in dat ze hun manier van leidinggeven afstemmen op de medewerker, het project of de opdracht. Van de situatie dus. Hersey & Blanchard herkennen binnen situationeel leiderschap vier leiderschapsstijlen:

leidinggeven

 

Stijl 1: Leiden

 

Stijl 2: Begeleiden

 

Stijl 3: Steunen

 

Stijl 4: Delegeren

 

 

 

 

 

Wij gebruiken dit model van Hersey & Blanchard ook in onze trainingen omdat ze inzicht geeft in hoe je als leidinggevende mee kunt bewegen in een situatie om op die manier zo effectief mogelijk leiding te geven. Dat gezegd hebbende: dit model is er niet eentje van one size, fits all. Elke leidinggevende heeft z’n eigen voorkeursstijl en zal die van nature het meest inzetten. Helemaal prima. Maar dat het loont om je wendbaarheid daarin te vergroten, laten de volgende twee voorbeelden zien.

 

Voorbeeld 1: de nieuwe medewerker.

Stel je hebt een nieuwe jonge medewerker die nog nat achter de oren is. Gelijk allerlei opdrachten over de heg gooien en hem succes wensen, zal waarschijnlijk niet zo goed uitpakken. De nieuwe medewerker is in eerste instantie het meest gebaat bij duidelijkheid en kaders. Als leidinggevende bespreek je bijvoorbeeld eerst samen de doelen en de bijbehorende taken en verantwoordelijkheden. Naarmate de taakvolwassenheid toeneemt, neemt ook de zelfstandigheid van de medewerker toe. Pakt de medewerker het goed op, dan stap je over naar stijl 3: steunen en van daaruit naar stijl 4: delegeren.

 

Voorbeeld 2: de ervaren medewerker.

Waar het bij de ervaren professional om draait is dat ze het liefst hun eigen ding willen doen. Ze willen regelruimte hebben; ze hebben tenslotte niet voor niets jarenlang gestudeerd en werkervaring opgedaan. Maar laat je ze iets nieuws doen, zoals een complex project waarbij ze ineens een enorm budget onder hun kont krijgen, dan zit-ie misschien niet te wachten op sturing, maar is dat wel nodig. Een ervaren medewerker kan ook ‘terugvallen’ door persoonlijke omstandigheden. Je merkt dat hij allemaal gaatjes laat vallen en pas na veel vijven en zessen komt-ie over de brug: het gaat thuis niet zo lekker. Op zo’n moment verander je jouw stijl van leidinggeven in een stijl 1: directief of stijl 2: begeleiden tot het moment dat het weer beter gaat.

 

Het toverwoord voor leidinggeven is wendbaarheid.

Beide voorbeelden laten zien dat je als leidinggevende steeds moet schakelen in je leiderschapsstijl, afhankelijk van de behoefte van je medewerker in jouw team. Dat betekent dat je leert

herkennen bij de ander wat diegene nodig heeft én dat je leert herkennen bij jezelf: ben ik op de juiste manier aan het leidinggeven?

 

Benieuwd naar jouw voorkeursstijl, je wendbaarheid of naar hoe je wendbaar(der) kunt worden? Neem contact  met ons op of schrijf je hier gelijk in voor de training Situationeel leiderschap.